Rondje Bargerveen

Het Amsterdamsche Veld

Het Bargerveen is een natuurgebied van Staatsbosbeheer in de gemeente Emmen. Het is 2.100 hectare groot en bestaat grotendeels uit hoogveen. Het is het laatste grootste restant in Nederland van het vroegere Bourtangermoeras, een groot hoogveengebied in Oost-Drenthe.

De belangrijkste activiteiten van de mens in deze omgeving zijn begonnen na de middeleeuwen. Deze bestonden uit het in de zomer door jongvee en schapen laten begrazen van de droge beddingen van de veenstromen de Runde, de Ruhle, de Ellen-, en de Bargerbeek en aftakkingen van deze stroompjes. De veenstromen lagen op de contactzones van de diverse veencomplexen en waren meestal gesitueerd op de hogere ruggen van de zandgrond. Naast beweiding werd plaatselijk op het veen boekweit verbouwd. Hiervoor moest het veen eerst worden gebrand. Voor deze eerste landbouwactiviteiten was het nodig de waterstand omlaag te brengen, hetgeen tot gevolg had, dat het gebied droger werd. Door het graven van kanalen, wijken en raaien werd de afwatering sterk bevorderd. De eerste Bude (veenkeet) schijnt rond 1862 in de omgeving van het Zwarte meer op het veen te zijn neergezet. Ook vindt in deze periode bewoning plaats van de dekzandrug ten noorden van het Schoonerbeekerdiep. De eerste bewoners waren kleine boeren afkomstig uit de Duitse grensdorpen en uit Overijssel en Friesland. De Groningers zijn in Barger – Compascuum blijven steken. Vanaf 1870 werd de boekweitbrandcultuur zeer  intensief beoefend.

Ter plaatse van het deel-natuurgebied Het Meerstalblok bevindt zich Het Huussie van Uneken. Het is een voormalig boerderijtje en is gebouwd door Jan Uneken rond het jaar 1943 en bewoond tot 1967 waarna het uiteindelijk In 1968 is aangekocht door Staatsbosbeheer. Langs een wandelroute die loopt door het naastgelegen bos zijn meerdere sporen te zien van de vroegere bewoning. Kleine graslandjes, de vroegere boekweitakkers, kleine verveningsgreppels overgroeid door metershoge berken, oude turfdepots en hier en daar fruitbomen zijn duidelijke sporen van vroegere bewoning.

Anno 2010 is het Huussie de woonplaats van insecten, vogels en vleermuizen. Eigenaar Staatsbosbeheer laat de natuur zijn werk doen zodat het voormalige veenboerderijtje steeds meer in verval raakt. Bovendien is het door het boren van honderden gaten in muren en kozijnen een aantrekkelijk nest- en woongebied geworden voor vele insecten. Raamopeningen zijn dicht gesmeerd met leem waarin de stengels van riet, braam en vlier zijn aangebracht. Rond het gebouw is zand gestort voor in de bodem nestelende insecten. Zo is Unekens huis een groot insectenhotel geworden.

Ten noorden van het Bargerveen ligt het dorp Zwartemeer. Het dorp is in 1871 ontstaan ten zuiden van het verdwenen Zwarte Meer. Dit was een 100 hectare grote meerstal (hoogveenmeer) dat de oorsprong vormde van de Runde. Het is bij de ontginning drooggelegd en verdwenen. De zuidelijke rand van het dorp, grenzend aan het Meerstalblok, kenmerkt zich door de rooms katholieke  Sint-Antoniuskerk uit 1921.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *